Dag 62 – Principe 1 – Realiseren en leven volgens mijn beste kunnen

challengeDeze post schrijf ik naar aanleiding van Mijn Beginselverklaring. Het eerste principe luidt:

Realiseren en leven volgens mijn beste kunnen

Indien ik wil leven volgens mijn beste kunnen dan moet ik beginnen met realiseren. Ten eerste ga ik kijken naar wat “mijn beste kunnen” praktisch inhoud.  Leef ik dagelijks volgens het principe “mijn beste kunnen”? Nee.  Als ik kijk hoe ik in de loop van mijn leven omgegaan ben met nieuwe situaties en uitdagingen heb ik mijzelf vaak horen zeggen dat ik niet geschikt ben, niet klaar om het aan te gaan, niet sterk, niet slim, niet groot, niet klein, etc. Hiermee leg ik mijzelf een beperking op die ik zelf heb verzonnen zonder dat daar daadwerkelijk feiten aan ten grondslag liggen.

Wat kan ik doen om geen slachtoffer te zijn van mijn eigen opgelegde beperkingen? In eerste instantie ben ik begonnen met het (h)erkennen dat deze beperkingen er zijn.  Deze stap haalt al veel druk van de ketel, en dat is nodig voor de volgende stap: verder onder de loep nemen van elke specifieke beperking, begrijpen waar deze vandaan komt, wat de oorzaken zijn, de trigger punten, de gekoppelde emoties en gevoelens, reacties. Door het uitschrijven van al deze punten is het mogelijk een goed beeld te krijgen en het punt in vele dimensies te belichten.

De volgende stap is om op elk uitgewerkt punt onszelf te vergeven voor dat specifieke punt. In het uitschrijven van deze zelfvergevingen is het van belang alle aspecten te raken die we op dat moment zien om zo volledig mogelijk te zijn in het doorgronden en het accepteren en vergeven van deze punten.

Als laatste stap pakken we de punten waarop we zelfvergeving hebben gedaan op en schrijven een zelf-correctie waarin we aangeven dat als we weer eenzelfde punt of patroon zien deze stoppen en ons verbinden aan het feit dat we er niet meer in mee gaan.

Door de bovenstaande stappen systematisch toe te passen op punten waar we tegenaan lopen en dan met name excuses, angsten, reacties, gevoelens en emoties die opspelen in bepaalde situaties waar we eigenlijk weten dat we de volgende stap kunnen en moeten nemen zijn we in staat om een heleboel beperkingen uit de weg te nemen waardoor we inderdaad in staat zijn om ons leven te realiseren en te leven volgens ons beste kunnen.

Advertenties

Day 58 – The urge of pleasing and manipulation – Part 1 – Realization

full_the-reptilians-interdimensional-technology-of-deception-and-manipulation-part-1-part-158Recently, during a chat with my DIP buddy, I had a realization related to the fact I sometimes rush when feel the other has to wait for an answer. This realization opened a huge point that I see is a kind of red line going through my life and I feel it is now time to dig into this point and find out where it comes from.

Ever since I had my last chat I am experiencing resistance related to going on with my assignment. When looking closer at this point I see it is related to a mix of feelings and emotions on their turn related to what we discussed in the chat. My buddy used an example to explain how I should proceed in order to get my self-corrective statements right. The point she used was manipulation. Instead of seeing this as an example I reacted on the manipulation word and felt kind of attacked.

So, why did I react so strongly on the word manipulation?

I immediately realized I connected the word manipulation with the topic of the blog post I was writing within my assignment with the title “Fear for Money”. What happened? I connected the manipulation example with the context of having had little money and having been limited as a living being by this point (lack of money) in my daily life.

The result of my mind making this connection with the word manipulation and my assignment was that I experienced this as if my buddy was actually blaming me to have had manipulating behavior while being in the situation of having little or no money. This directly started feeding my construct of seeing myself as a victim during that period of time, or better until today, because I clearly am not ready with this point.

So, this is a massive, multi-dimensional point. I am going to work this through in the next series of posts in order to reveal all layers until I cleared every issue. The first step will be to identify all the dimensions involved, the relations to other points and issues and then through self-forgiving and self-corrective-statements end participating in all the points I unveiled.

Dag 57 – Stilstaan bij stoppen

stoppenDit is een vervolg op de post van Dag 55 en Dag 56. Vandaag sta ik stil bij de punten die ik in de vorige twee verhalen heb beschreven. Ik ga dieper in op de context en pas dan zelfvergeving en zelf-correcties toe.

Door al die afwegingen was ik al lang en breed voorbij de rokende prullenbak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te laten leiden door mijn gedachten waarmee ik mijzelf afhankelijk maak van de traagheid van mijn gedachten in situaties waarin ik in vol vertrouwen van mijzelf in zelf-beweging in één adem kan handelen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het toelaten van gedachten en mij daarin verlies, hoe kort dat ook moge lijken en daarmee ‘kostbare’tijd verloren laat gaan, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik hiermee niets anders bereik dan een werkelijkheid in mijn gedachten te creëren die niet aansluit met de werkelijkheid. Ik stop met dit patroon van gedachten en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties te staan als mijzelf en in één adem te bepalen welke actie ik in dat moment neem; in één adem overweeg ik acties en consequenties in zelf-eerlijkheid en in het belang van alles wat ik in dat moment kan overzien.

Omdat ik niet zozeer gedrag zag dat kon aangeven dat zij de aanstichters waren van de prullenbakbrand begon ik twijfels te krijgen of zij inderdaad wel de mogelijke daders konden zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in deze situatie te gaan speculeren over wie de daders zouden kunnen zijn waarbij ik afgeleid werd door twijfels omdat ik geen feiten had om de aannames die ik maakte te staven in plaats van onbevooroordeeld de situatie in mij op te nemen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het maken van aannames op basis van herinneringen in plaats van het nemen van acties op basis van waarnemingen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik hiermee niet handel op de manier die het meest effectief heeft en dat ik daarmee niet het beste haal uit het moment. Ik stop met dit patroon van aannames en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties te handelen op basis van de feiten.

Terwijl ik doorfietste bedacht mijn geest nog een mogelijkheid om het viertal vast te leggen, nog iets doorfietsen en de jongens opwachten om een foto te maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om scenario’s uit te werken van hoe ik de op basis van mijn aannames gedoodverfde verdachte jongens kon ‘framen’ waarmee ik mijzelf heb toegestaan om mij terug te trekken in mijn fantasieën waarvan ik  bij voorbaat weet dat het niet aansluit met wat er werkelijk gebeurt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het fantaseren over mogelijke scenario’s waarbij ik in de hoofdrol de held ben die helpt om de ‘slechterikken’ uit mijn fantasiewereld te pakken zodat ze kunnen boeten voor hun daden, dat stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik hiermee niet handel op de manier die in het belang is van mijzelf noch de maatschappij waar ik deel van uitmaak. Ik stop met dit patroon van fantaseren en ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg dit soort fantasieën niet meer toe te staan.

Het was mij opgevallen dat de drie jongens die ik daarvoor was gepasseerd geen aanstalten hadden gedaan om even te stoppen. Terwijl ik verder fietste ging ik van alles speculeren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om voor anderen te gaan bepalen op basis van speculaties/aannames wat zij zouden moeten gaan doen in een bepaalde situatie.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het doen van aannames van hoe anderen in een bepaalde situatie zouden moeten reageren/handelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik hiermee niet het principe hanteer waarbij ikzelf het startpunt van elke actie ben die ik in een gegeven moment bepaal te doen maar denk te kunnen bepalen hoe anderen zouden moeten gaan handelen in die specifieke situatie. Ik stop met dit patroon van aannames en ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg dit soort gedachten/aannames/speculaties niet meer toe te staan.

Omdat het meisje iets zei tegen haar vriendinnen als verklaring voor haar van in de trend van “mijn voet kwam in het voorwiel vast te zitten” begon mijn geest met een reeks gedachten, eigenlijk speculaties…

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om op basis van een stukje verhaal en bij gebrek aan een totaalplaatje te gaan fantaseren over wat de oorzaken van het specifieke voorval zouden kunnen zijn om daarna, op basis van mijn eigen aannames mij te kunnen druk maken om die redenen/oorzaken en daar energie uit te halen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van fantaseren/bedenken op basis van een kleine aanleiding alleen maar om zelf een aanleiding te hebben om zo gedachten te ontwikkelen die weer de basis vormen voor emoties/reacties waaruit ik energie kan halen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij en zie dat ik hiermee niets anders bereik dan rondzingen in een fictieve wereld van gedachten die niet meer te maken heeft met de werkelijkheid en dat ik de emoties die daar uit voortkomen wel in de werkelijkheid, in het fysieke beleef (versnelde hartslag) waarmee ik een situatie beleef die alleen maar is ontstaan uit mijn eigen gedachten. Ik stop met dit patroon van fantaseren en ontwikkelen van gedachten om daar energie mee op te wekken waarmee mijn geest weer aan de haal gaat en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties te handelen naar mijn beste inzicht in dat moment, zonder emoties en gevoelens die ontstaan zijn uit mijn fantasie.

Bij het schrijven van de zelfvergevingen en de zelf-correcties zie ik een algeheel patroon van in de ‘mind (Engels)’ of in gedachten te zijn terwijl ik fiets. Blijkbaar is de activiteit fietsen, wat een voor mijn lijf een geautomatiseerde handeling is, een prima situatie voor mijn geest/gedachten/’mind’ om lekker aan de slag te gaan. Naast het feit dat dit fantaseren geen bijdrage levert aan mijn dagelijks leven maar voor afleiding zorgt waardoor ik mij afsluit voor dat wat er werkelijk gaande is in dat moment, en dan heb ik het over alle prikkels die mijn lijf binnenkomen als geluiden van vogels, de wind, het landschap, zijn er ook consequenties van dat fantaseren die ik met mij meeneem in tijd om later nog eens lekker op door te gaan, wat weer zorgt voor afleiding waardoor ik mij niet volledig kan focussen op wat er in het moment gebeurt. Het is ook best wel eng, als ik in mijn eigen gedachten zou moeten geloven, om in elk moment dat ik leef/adem volledig ‘hier’ te zijn, bewust van alle prikkels die mijn lichaam opvangt. Kan ik dat wel aan? Kan ik wel staan als mijzelf zonder te moeten schuilen in mijn gedachten? “Ik denk van wel”, zou het voor de hand liggende antwoord zijn, maar daar gaan we weer… met gedachten. Het is een hele oefening om los te komen van de patronen die ik hierboven het uitgeschreven. Het doel/resultaat is echter dat ik, stapje voor stapje, bewuster wordt van hoe ik als mijzelf, in alle dimensies, functioneer. Hierdoor kan ik ook steeds bewuster handelen en daarmee bewuster in het leven staan, effectiever handelen in elke gegeven situatie en daarmee bijdragen aan een betere wereld voor mijzelf en daarmee voor iedereen.

Een betere wereld begint bij jezelf!

 

Dag 56 – Toch gestopt!

artikel_88145Dit is een vervolg op de post van Dag 55.

Het is inmiddels een week later en in de tussentijd is er weer iets voorgevallen op hetzelfde stukje fietspad. Terwijl ik iets voor de prullenbak die een aantal dagen ervoor had staan roken drie van de vier jongens, die ik als verdacht had bestempeld inhaalde, zag ik een stuk verderop een fietser op het fietspad liggen.

Eenmaal ter plekke aarzelde ik geen seconde om het meisje dat wat beteuterd op het fietspad zat naast haar fiets te vragen of het wel ging. Twee vriendinnen stonden te kijken en een van hen kwam in actie, pakte de fiets op de probeerde het stuur goed te zetten. Niet veel later zat het meisje op haar fiets en vroeg aan haar vriendin om het stuur recht te zetten. Omdat het niet lukte hielp ik een handje. Nadat het er op leek dat ze weer kon gaan fietsen ging ik weer op pad.

Het was mij opgevallen dat de drie jongens die ik daarvoor was gepasseerd geen aanstalten hadden gedaan om even te stoppen. Terwijl ik verder fietste ging ik van alles speculeren. De jongens hadden gezien hoe ik hen waarnam een aantal dagen eerder en waren zeker niet van plan om te stoppen bij iemand die hen in verband zou kunnen brengen met de smeulende prullenbak.

Ik begon ook te kijken naar de situatie die zich zojuist had afgespeeld in de context van onze huidige maatschappij. In mijn beleving was het vroeger vanzelfsprekend dat je elkaar als mens helpt als er zich iets voordoet. Tegenwoordig lijkt het wel alsof iedereen bang is om in te grijpen omdat je betrokken zou kunnen raken in situaties die je niet zou wensen.

Ik heb heel snel ook een overweging gemaakt over hoe ik ging assisteren. Ik heb besloten om in eerste instantie de situatie aan te kijken en adviezen te geven in tegenstelling tot het overeind helpen van het meisje, het in orde maken van de fiets, zeg maar wat je in de personage van een (Super) Hero zou doen. Daarbij speelde ook de overweging dat het misschien bedreigend is als een onbekende man je zomaar helpt terwijl je zelf niet helemaal doorhebt wat er allemaal aan de hand is.

Omdat het meisje iets zei tegen haar vriendinnen als verklaring voor haar van in de trend van “mijn voet kwam in het voorwiel vast te zitten” begon mijn geest met een reeks gedachten, eigenlijk speculaties; zou ze niet ontbeten hebben, heeft ze last van inentingen die ze heeft gehad zoals HPV? Ik had het haar kunnen vragen maar dat had in die situatie wellicht erg vreemd geweest. En dan nog? Ik had haar bewust kunnen maken van eventuele oorzaken van haar val, maar om dat met een persoon aan te gaan die je zittend op een fietspad aantreft is wellicht wat vergezocht.

Dag 55 – Stoppen of doorrijden?

Oude MaasTerwijl ik met een lekker gangetje over het fietspad langs de Oude Maas reed met in mijn oren een interview over ouderschap zag ik ineens dat een prullenbak naast een bankje stond te roken. Er gingen allerlei gedachten door mijn hoofd, zal ik stoppen om te kijken of het geblust kan worden, fiets ik door om een groepje van vier jongens dat even verderop fietste op het verder op dat moment lege fietspad goed in mij op te nemen als mocht blijken dat zij er iets mee te maken hebben gehad, doe ik alsof er niets aan de hand is? Als ik stop kom ik laat op mijn werk en dat is in strijd met mijn plichtsgevoel.

Door al die afwegingen was ik al lang en breed voorbij de rokende prullenbak. Ik besloot gewoon door te rijden en al snel liep ik in op het viertal jongens. Ik bleef een klein stukje achter hen aan fietsen waar ik normaal al lang had gebeld om er voorbij te kunnen. Zodra ik de vier goed in mij had opgenomen haalde ik ze in en lette nog even op lichaamstaal. Ik kon niets bijzonders waarnemen anders dan vier tiener jongens op de fiets die al pratende met elkaar naar school fietsten.

Omdat ik niet zozeer gedrag zag dat kon aangeven dat zij de aanstichters waren van de prullenbakbrand begon ik twijfels te krijgen of zij inderdaad wel de mogelijke daders konden zijn. Terwijl ik doorfietste bedacht mijn geest nog een mogelijkheid om het viertal vast te leggen, nog iets doorfietsen en de jongens opwachten om een foto te maken. En dan? Aangifte doen op een aanname? Daar gaat de Politie echt niets mee doen. Geen bewijs.

Het is verbazend om te zien hoeveel dilemma’s zo’n ervaring teweeg kan brengen. Op allerlei dimensies gaat mijn geest scenario’s bedenken waarvan er geen of slechts één of een hooguit een paar min of meer zo gaan lopen. Hoe kan ik in het vervolg effectief met een vergelijkbare situatie omgaan zonder achteraf mij te moeten afvragen of ik wel de juiste beslissingen heb genomen in het belang van iedereen.

In mijn volgende post ga ik verder in op de punten waarbij ik mijn verantwoordelijkheden zal uitschrijven en daarop zelfvergeving zal toepassen en tenslotte zelf-correctie om de patronen waarmee ik hier te maken heb stop te zetten.

Dag 54 – Recht op voorrang, of toch niet?

OversteekplaatsDit is een vervolg op de post van Dag 53.

Naar aanleiding van mijn ervaringen bij de oversteekplaats en met name de gedachten die in mij opkwamen ga ik hier dieper in op de de gedachten om deze in de juiste context te plaatsen en daarop zelfvergeving te doen om vervolgens zelf-correcties toe te passen.

Nog in de roes van mijn recht op voorrang gevoel flitsten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik dacht bijvoorbeeld dat het jammer was dat ik geen kenteken van de taxi had, zo had ik een melding bij de centrale kunnen maken in verband met gevaarlijk rijgedrag.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gedachten van wraak te koppelen aan het feit dat het onthouden van het kenteken van de taxi de mogelijkheid had kunnen geven om de taxichauffeur op zijn nummer te zetten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van aanleidingen zoeken om mijn gram te halen of wraak te nemen, waarmee ik feitelijk uit ben op het mijzelf opladen met ‘vuile’ energie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hiermee niets anders bereik dan mijn geest voeden met energie waar ik in het fysieke niets aan heb. Ik stop met dit patroon van energie opbouwen en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties mij te focussen op hetgeen gebeurt in het hier en nu zonder afleiding van de geest.

Toen bedacht ik wat er gebeurt zou zijn als ik expres langzamer zou zijn gaan lopen om de auto te dwingen om af te remmen en mijn voorrang te verlenen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gedachte toe te staan om expres langzamer te lopen om zo de taxi te dwingen af te remmen, een actie waarmee ik mijzelf superieur stel aan de taxichauffeur met als doel hem te laten ervaren/voelen dat hij zich niet goed gedraagt door te hard te rijden en te toeteren omdat ik zo ‘vrij’ was om er van uit te gaan dat hij bij deze voetgangers overgang wel zou afremmen voor overstekende personen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van manieren vinden om anderen die in mijn ogen niet goed handelen de les te leren door hen opzettelijk te hinderen om zo mijn punt te maken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij en zie dat ik hiermee niets anders bereik dan mijzelf en anderen in gevaar te brengen en er geen leermoment in zit voor de taxichauffeur. Ik stop met dit patroon van anderen een waarschuwend vingertje willen toewijzen en daarmee gevaarlijke situaties creërend en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties te handelen naar mijn beste inzicht in dat moment zonder emoties en gevoelens de kans te geven om er een heel eigen verhaal van te maken.

Ik fantaseerde verder met beelden van mijzelf aangereden door de auto en scenario’s waarbij de auto na de aanrijding gewoon doorreed.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om scenario’s te gaan bedenken waarin ik als slachtoffer heerlijk kan zwelgen in zelf-medelijden om daar veel energie van de geest uit te kunnen halen om daarmee wellicht nog meer verschrikkelijke scenario’s te bedenken die allemaal niets met de werkelijkheid te maken hebben en alleen in mijn eigen hoofd bestaan.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van fantaseren met als doel daar energie uit te halen om zo een scenario te bouwen waar ik vol verontwaardiging en zelf-medelijden kan bevestigen dat ik slachtoffer ben en dus zielig en hulpbehoevend, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij en zie dat ik hiermee niets anders bereik dan mijzelf mentaal te bevredigen en mijzelf hierdoor afleid en beperk in het kunnen zien en leven van het fysieke leven dat zich afspeelt op het moment van die gedachten met als gevolg dat ik niet heb geleefd in het hier en nu, mijn aandacht ergens anders had en mogelijk niet alles uit de echte situatie heb gehaald door in mijn hoofd te zitten.Ik stop dit patroon van fantaseren en ga met mijzelf de verbintenis aan om in vergelijkbare situaties te focussen op wat er in de fysieke realiteit gebeurt en daar mee verder te gaan.

Dag 53 – Recht op voorrang

Na een rit naar de bouwmarkt besloten we nog even te stoppen bij de supermarkt om vis in te slaat die zaterdag uitverkocht was. We namen gelijk vier verpakkingen diepvries zalm mee omdat we al een paar keer bot (nee, niet de vis) hadden gevangen.

Toen we na het afrekenen de winkel verlieten stak ik de weg over voor de winkel op een oversteekplaats die door ledlichtjes in de web wordt gemarkeerd. Ik deed dat terwijl er een taxi met een aardig vaartje aan kwam rijden, maar ik schatte in dat ik die auto voor kon zijn. Tot mijn verbazing toeterde de chauffeur die waarschijnlijk iets had moeten inhouden vanwege zijn (veel te) grote vaart. De toegestane snelheid is daar immers 30 KM/h. Ik maakte nog een gebaar naar de auto van wat wil je van mij, ik steek hier over op een oversteekplaats waar ik als voetganger voorrang heb.

Mijn partner had de auto ook aan zien zoeven en besloot om even te wachten, achteraf gezien de meest veilige beslissing. Waarom besloot ik door te lopen? Dat ben ik gaan onderzoeken en dat leverde een paar interessante dingen op.

Een van de redenen om door te lopen was mijn overtuiging dat ik als voetganger voorrang had op een door zijstrepen (kanalisatiestrepen) aangegeven overgang, geen zebrapad dus, maar wel met verlichte markeringen in de weg om de automobilist extra te waarschuwen. Omdat ik als bestuurder altijd stop voor voetgangers die daar willen oversteken en mij aan de maximum snelheid houdt, was dat mijn uitgangspunt om door te lopen. Duidelijk was dit niet het uitgangspunt van de taxichauffeur. Daarnaast bedacht ik dat de oversteekplaats wel goed is aangegeven maar geen zebrapad is, dus had ik als voetganger geen voorrang (of het moet blijken dat een zogeheten L2 bord -zie afbeelding- staat, daar ga ik nog eens op letten).

Nog in de roes van mijn recht op voorrang gevoel flitsten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik dacht bijvoorbeeld dat het jammer was dat ik geen kenteken van de taxi had, zo had ik een melding bij de centrale kunnen maken in verband met gevaarlijk rijgedrag. Toen bedacht ik wat er gebeurt zou zijn als ik expres langzamer zou zijn gaan lopen om de auto te dwingen om af te remmen en mijn voorrang te verlenen. Ik fantaseerde verder met beelden van mijzelf aangereden door de auto en scenario’s waarbij de auto na de aanrijding gewoon doorreed. Toen stopte ik met fantaseren. Ik voelde dat ik energie aan het putten was uit die fantasieën. Energie op basis van geëscaleerde scenario’s waar ik mijzelf afschilder als slachtoffer van een slechte daad van een ander die ik daarom kan terechtwijzen zodat hij zich slecht gaat voelen omdat hij een dader is en ik daardoor het zielige slachtoffer.

Ik was enigszins verbluft door al die gedachtes en de realisatie dat ik daarmee energie opwekte waarvan ik weet dat ik daar niets aan heb. Die energie is gebaseerd op gedachten, hersenspinsels, die alleen maar in mijn hoofd bestaan en niets te maken hebben met de werkelijkheid. Ik besloot ook om dit voorval uit te gaan werken in deze blog en daar meer af te rekenen in de vorm van zelfvergevingen en zelf-correctie (in de volgende blog).