14 van 2555 – Ik ben de redder in nood!

redders-in-noodEen tijdje terug was er op mijn werk een vacature geplaatst om iemand aan te trekken die met zijn werkzaamheden een deel van mijn tak zou gaan verlichten. Reacties bleven echter uit, tot vandaag. Dat kwam omdat sinds gisteren de vacature op Mosterboard is gezet. De eerste van de twee reacties stond mij wel aan, een overtuigende motivatie en een goed ogend CV. Verder voldeed de persoon aan het profiel van ‘young professional’.

Het duurde niet lang voordat ik mijzelf betrapte op het gevoel van blijdschap, en dat gevoel ben ik gaan onderzoeken. Wat maakte mij nou blij in deze situatie? Dat er een mogelijke kandidaat was die mijn taken komt verlichten? Nee, het zat dieper…

Ik koppelde terug aan mijn manager dat ik deze kandidaat wel wilde uitnodigen. Na zijn akkoord heb ik een uitnodiging per mail gestuurd en niet veel later belt de kandidaat om te bevestigen dat hij op de afgesproken tijd kan komen. Weer voelde ik blijdschap in mij opkomen, helemaal toen ik hoorde dat de persoon aan de telefoon toch wat nerveus was.

Toen wist ik wat mij zo blij maakte! Ik herkende mijzelf in deze persoon toen ik op zoek was naar een baan en erg blij was met het feit dat ik werd uitgenodigd. Ik wist dat daarmee de kans op een baan aanzienlijk zou toenemen. En hier voel ik mij dus als een redder voor een ander die in een vergelijkbare situatie zit, tenminste, dat neem ik aan.

Dat wordt lastig om in een gesprek een objectieve waarneming van deze persoon te doen als er ondergrondse emoties mee spelen!

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om blijdschap te voelen voor een voor mij herkenbare situatie bij een ander met als startpunt dat ik in mijn huidige situatie de mogelijkheid heb om iemand anders net zo blij te maken als ik zelf was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om met het gevoel van blijdschap als aanleiding al scenario’s uit te denken waarin ik de kandidaat ging interviewen en uiteindelijk een baan ging aanbieden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een gevoel van weldoen te halen uit de gedachte dat ik iemand anders in een voor mij herkenbare situatie zou kunnen helpen om zijn situatie te verbeteren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om op basis van een veronderstelling te concluderen dat deze kandidaat in een vergelijkbare situatie verkeert als toen ikzelf op zoek was naar een nieuwe baan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te identificeren als een weldoener voor anderen waardoor ik mijzelf als meer voordoe dan een ander in plaats van de persoon als gelijke te behandelen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet beter te voelen dan anderen die verkeren in situaties die vergelijkbaar zijn met situaties waarin ikzelf heb verkeerd en waarbij ik energie put uit het gevoel van weldoener of redder in nood.

13 van 2555 – Mijn partner kan niet rijden

caution_woman_driver_bumper_sticker-p128400647658599073en8ys_400Elke keer als we lange ritten met de auto gaan maken wisselen mijn partner en ik elkaar om zo vermoeidheid tegen te gaan. Zo ook afgelopen week toen we naar Italië heen en weer zijn gereden.

Elke keer als ik naast mijn partner zit ga ik mij vroeg of laat ergeren aan de manier waarop zij in het verkeer deelneemt en de manier waarop zij verkeerssituaties inziet en inschat. Ik vraag mij af (lees: erger mij) aan:

– het feit dat haar snelheid niet constant is, is het omdat ze haar concentratie verliest? Is het omdat ze niet oplet? Is het omdat ze niet doorheeft dat we nog héééél véééél kilometers moeten rijden en dat het echt wel uitmaakt of je 10 km’h harder of zachter rijdt?

– het feit dat ze lijkt te aarzelen als ze achter een langzamer rijdende auto blijft plakken in plaats van op tijd inschatten of je al kan inhalen zonder snelheid te verliezen. En dan nog het feit dat ze als ze erg dicht achter een auto blijft hangen, alsof ze de auto wil opduwen, opjagen in plaats van inhalen.

– het feit dat ze in sommige situaties bijna stil gaat staan waarbij ik wordt verrast door die actie omdat ik niet inzie wat het gevaar of de moeilijkheid is.

– het feit dat ze zo onhandig uit een parkeerplaats draait dat ze bijna in de mensen van de naast geparkeerde auto moet rijden en 1 x extra moet steken om verder te kunnen in plaats van ‘normaal’ met een ruime boog om de naast geparkeerde auto weg te rijden.

– het feit dat ze blijft hangen in een versnelling en voor mijn gevoel regelmatig vergeet dat er vijf versnellingen zijn. Ik hoor dan de motor loeien, mag niets zeggen omdat ik vervelend ben, bijt mijn tong bijna af om niets te zeggen en zie in mijn verbeelding liters extra brandstof onnodig verstookt worden alleen maar omdat mijn partner niet schakelt. Waarom schakelt ze niet? Hoort ze de motor niet loeien? Waarom moet ze eerst een dot gas geven voordat ze überhaupt naar de volgende versnelling gaat? Waarom kan ze alleen naar de vijfde versnelling gaan boven de 80 km/h? Is dat niet af te leren? 

– het feit dat ze zegt dat met haar korte benen en de manier waarop ze achter het stuur moet zitten niet makkelijk is om gas en koppeling te doseren terwijl ik dan denk hoe het dan mogelijk is dat ze een bepaalde snelheid kan aanhouden. Of is dat ook de reden waarom ze misschien niet in staat is om een constante snelheid aan te houden?

Als ik mijzelf zo al die ergernissen zie hebben dan kan ik een hoop relativeren. De impact op de reisduur is maar heel beperkt, zo ook voor het extra brandstof gebruik… “Maar toch is het niet nodig!”, komt dan hardnekkig terug.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen rijstijl op te leggen als meest verantwoord en efficiënt zonder in overweging te nemen dat de rijstijl van een ander eveneens verantwoord en efficiënt kan zijn maar dan op andere punten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aannames te doen over de redenen waarom mijn partner op een bepaalde manier handelt in het verkeer of met het bedienen van de auto in plaats van naar mijzelf te kijken wat mijn startpunt is voor het maken van die aannames.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te ergeren aan het niet constant rijden van mijn partner terwijl de oorsprong van die ergernis een voortvloeisel is van mijn eigen gejaagdheid en drang naar zo snel mogelijk te rijden (binnen de toegestane grenzen natuurlijk).

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn partner te beoordelen op haar manier van rijden gebaseerd op wat ik zelf acceptabele normen vind in plaats van mijn partner te vragen of zij met haar manier van rijden rekening wil houden met het niet onnodig gebruiken van brandstof.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te blijven hangen in een gevoel van ‘zie je wel, ze doet het weer!’ als mijn partner niet doorschakelt op de manier die ik zelf zou doen en mij te verliezen in het beeld dat op die manier er een enorme hoeveelheid brandstof onnodig wordt gebruikt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan dat ik mijn partner niet heb uitgelegd dat ik het belangrijk vind om niet onnodig  brandstof te gebruiken en dat ik in mijn rijstijl daar veel aandacht aan besteed.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan dat ik mijn partner niet gevraagd heb wat haar standpunt is t.a.v. brandstofgebruik en of ze mijn standpunt kan delen en daar iets in de praktijk mee kan doen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan dat ik mij druk maak om feiten die in het moment en in het geheel lang niet die impact hebben die ik het wil toeschrijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een ander mijn obsessie voor zuinigheid op te leggen in plaats van te kijken of mijn startpunt wel zuiver was.

12 van 2555 – Boos uit onmacht

Het lijkt wel of we het aantrekken. Ondanks een vast inkomen zitten we weer in de vervelende situatie dat het geld op de lopende rekening onder een kritieke waarde is gekomen met nog een stukje maand over tot het salaris weer komt. De oorzaak is het hebben van geen buffer en het achterblijven van betalingen, in dit geval een fors bedrag aan kinderbijslag over de afgelopen twee kwartalen. Naast het feit dat we nog 1x boodschappen kunnen doen waren we van plan om naar Italië af te reizen om daar stoffen in te slaan voor winterkleding. Dit plan had geen gevaar gelopen als we op tijd de kinderbijslag hadden binnengekregen. Inmiddels is toegezegd dat het geld vandaag overgemaakt zou worden, maar dat zegt nog niet wanneer het op onze rekening staat. Daar komt nog bij dat uit een vandaag ontvangen brief blijkt dat we slechts de helft krijgen uitbetaald omdat er vanuit gegaan wordt dat er al een betaling heeft plaatsgevonden in juli.

Als ik door deze feiten heenloop voel ik allerlei emoties, boosheid, machteloosheid, onrust, frustratie. Het knaagt de hele tijd aan mij en het is zeer vermoeiend. Ik vraag mij dan af wat ik verkeerd gedaan heb, zoek naar verwijtbare dingen om mijzelf te kunnen zeggen dat ik het niet goed heb gedaan. Maar het enige wat mij te verwijten valt is dat ik de betaaldatum niet scherp in de gaten heb gehouden en mijzelf pas een week later afvroeg waar toch de kort daarvoor door de SVB toegekende kinderbijslag bleef. Gebeld, opgehelderd, maar achteraf maar gedeeltelijk. Nu is het afwachten wanneer het bedrag wordt gestort. “Wordt het wel gestort?” is mijn angst vervolgens. En dan weer balen omdat ik scenario;s uitwerk waarin ik ons als gezin noodgedwongen de herfstvakantie thuis zie doorbrengen, de kans om goede stoffen te kopen voor scherpe prijzen door onze neus wordt geboord waardoor we dure kleding moeten kopen.

Of is er toch een oplossing? Tot nu toe is er altijd op het laatst een oplossing gekomen. Als het meezit staat morgen ochtend het geld (althans de helft van het bedrag op de rekening). Eerst nog een telefoontje naar de SVB om opheldering te vragen, uit te leggen wat de consequenties zijn van het te laat betalen voor ons en vragen of ze mee willen werken aan een oplossing. Dan plan B: mijn werkgever vragen of ik mijn salaris (of een deel ervan) eerder betaald kan krijgen. Plan C? Iemand anders vragen of hij bereid is om een paar honderd euro te storten om ze een week later weer terug te krijgen. Zucht! wat een gedoe allemaal!

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid te voelen door machteloosheid omdat ik een herhalend patroon zie en daardoor bevestigd krijg dat waar ik stiekem nog angst voor had zich weer manifesteert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angsten te hebben met betrekking tot het gebrek aan geld hebben waardoor ik bepaalde situaties steeds weer manifesteer in plaats van de angst te onderkennen en het punt van angst en de oorzaken ervan te onderzoeken en op te ruimen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij bezig te houden met allerlei vragen en mogelijke scenario’s in plaats van het in het hier en nu afwegen van de situatie en alle factoren om in het moment de beste actie te nemen waardoor twijfels over het wel of niet adequaat gehandeld hebben geen rol meer spelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de hele tijd aan niets anders te denken dan aan het geld wat gestort moet worden in plaats van in het moment de juiste actie te nemen, af te ronden en door te gaan naar mijn volgende activiteit zonder de afleiding van de onrust door verlammende angst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet met gezond verstand te hebben gehandeld en pro-aktief ervoor gezorgd heb dat er geld op mijn rekening werd gestort in plaats van het steeds maar hopen dat er iets ging gebeuren met in het achterhoofd de angst dat het inderdaad niet goed ging komen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om vanaf nu bij soortgelijke situaties eerst mijzelf te stoppen, adem te halen en in het moment te overwegen wat ik, alles wat ik op dat moment weet en zie in acht nemend, kan ondernemen om de situatie op de best mogelijke manier aan te gaan.

11 van 2555 – Vleesvervangers

Het gebeurt regelmatig als ik een artikel lees of op radio of TV iets hoor over vegetarisch eten, dan verbaas ik mij er elke keer in die context over vleesvervangers wordt gesproken. Waarom heb je een veggieburger nodig, of een vegetarische schnietsel? Waarom moet het vlees vervangen worden
door iets wat erop lijkt? Is het dan gemakkelijker om onszelf wijs te maken dat het nét als echt is? Als we maar aan het plaatje kunnen vasthouden dan is er niets aan de hand.

Op een of andere manier roept dit bij mij emoties op. WTF, denk ik dan, je kunt toch gezond én lekker eten zonder dat echte en dat nep stukje vlees. Daarmee zeg ik niet dat je geen vlees meer moet eten, maar dat is een andere discussie. Overigens heb ik niets tegen bijvoorbeeld een veggieburger, het is de manier waarmee met dat soort produkten wordt omgegaan. Misschien stoor ik mij aan het feit dat men zichzelf op die manier voor de gek houdt. Dat zegt trouwens meer over mijzelf dan over een ander. Het feit dat ik zo reageer betekend dat ik zelf ergens mee zit.

Als ik naar mijn reacties kijk zie ik als trigger mijn onbegrip voor het vasthouden aan het stukje vlees, al dan niet echt. Daaraan gekoppeld het beeld van jezelf voor de gek houden. In deze context moet ik gaan onderzoeken op welke punten ik mijzelf voor de gek houdt en dan met name als het om voedsel gaat.

Een misschien aangeboren gevoel van onverzadigbaarheid gekoppeld aan fysieke problemen met mijn darmen is de fysieke uitwerking van dit en misschien nog andere punten die opgeruimd moeten worden.

Naast deze reacties op vkeesvervangers is mijn relatie met eten gekenmerkt door een aantal punten. In lijn met het gevoel van eeuwige trek ligt het fejt dat ik heel zuur kan kijken als ik ook maar vermoed dat het eten niet eerlijk is verdeeld over de borden. Daarnaast wordt het op medisch vlak steeds duidelijker dat ik waarschijnlijk door mijn niet goed functionerende darmen niet optimaal de voedingsstoffen uit het voedsel dat ik eet haal.

Uiteindelijk heb ik te maken met bepaalde beelden en overtuigingen aangaande voedsel en eten en de fysieke uitwerking, de consequenties van die beelden en overtuigingen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te storen aan het feit dat vleesvervangers op een bepaalde manier worden aangeboden/gepromoot in plaat van in te zien dat het een reactie is van mijzelf uit die daardoor wordt getriggert en aangeeft dat ik op dat vlak punten heb die ik verder moet gaan uitzoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te ergeren aan het idee dat een ander zichzelf voor de gek houdt terwijl ik weet dat ik mijzelf regelmatig voor de gek houdt en dat gemakshalve niet wil inzien omdat ik dan wordt geconfronteerd met zaken die ik niet aan wil.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om lijdzaam mijn gezondheidssituatie te ondergaan zonder tot op de bodem alle punten uit te zoeken op zowel geestelijk als fysiek vlak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen lijf te verwaarlozen door gelaten te accepteren en het besef te onderdrukken dat ik geen optimale gezondheid heb en daar meer aan kan veranderen dan wat ik tot nu toe gedaan heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gevolgen van mijn niet optimale gezondheid niet te herkennen als dusdanig maar meer als aandoeningen die op zichzelf staan zoals overgevoeligheid voor fijnstof en hooikoorts.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te onderzoeken bij mijzelf waarom ik bij het verdelen van het eten altijd denk dat ik mogelijk niet genoeg krijg in plaats van uit te zoeken wat de diepere oorzak hiervan is door terug te kijken naar situaties in mijn eerste zeven levensjaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet in gezien te hebben dat mijn eetgedrag mogelijk tot zwaarlijvigheid of andere aandoeningen had kunnen leiden als ik wel goed functionerende darmen had gehad waardoor ik niet optimaal de voedingsstoffen uit mijn eten haal.