Dag 63 – Monetaire frustraties

venting1-547x300

Op een dag gaf mijn partner aan dat het voor haar opstartend bedrijf noodzakelijk is om een mobiele printer aan te schaffen. Ik had zojuist een transactie afgerond waarbij je voor je oude computer nog een klein bedrag kan terugkrijgen en mijn partner zei daarop dat we dat geld mooi konden gebruiken om een gedeelte van de aanschaf van de printer mee te bekostigen. Ik reageerde daarop met frustratie omdat ik al een andere bestemming voor dat geld had, uitstapjes met het gezin.

Mijn motivatie hiervoor is dat we dit jaar het vakantiegeld in de zaak hebben gestopt en er daarmee geen geld is voor vermaak anders dan wat er eventueel aan het eind van de maand overblijft, en aangezien dat meestal niets is leek het mij wel zo aardig om via de verkoop van goederen die we niet nodig hebben iets extra’s binnen te halen. Het gaat om kleine bedragen waarmee je kleine dingen kunt doen.

De suggestie om deze kleine bedragen te gebruiken voor het bekostigen van zakelijke uitgaven schoot mij in het verkeerde keelgat. Om de financiën op orde te krijgen probeer ik juist te gaan werken met het reserveren van bedragen en het maken van begrotingen. In de afgelopen jaren heb ik steeds moeten schuiven met geld en tijdelijk uit potjes moten pakken om toch rond te komen. Als daarbij (te) laat betaalde rekeningen komen dan wordt het erg lastig om alles bij te houden en later weer op orde te krijgen.

Nu dat we net mooi rond komen is het voor mij belangrijk dit evenwicht te bewaren en het geeft mij onrust als er verstorende factoren zijn die het overzicht en de methodiek verstoren. De conclusie die ik uit dit voorval trek is dat geld gerelateerde zaken al snel frustratie opleveren, en die frustraties zijn het gevolg van het hebben van bepaalde gevoelens en emoties die door geld gerelateerde zaken worden getriggerd.

Hieronder zal ik aan de hand van zelfvergevingen de verschillende punten uitwerken die ik als oorzaak zie voor mijn frustraties.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gevoelens van frustratie toe te staan als mijn partner opmerkingen of voorstellen doet over geldzaken die niet in mijn verwachtingspatroon liggen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van gefrustreerd raken indien zaken buiten mijn verwachtingspatroon gebeuren, dan stop ik en haal ik adem.
Ik realiseer en zie dat ik vanuit een gevoel van het onder controle hebben van bepaalde zaken het tegenovergestelde bereik. Ik stop het bestaan in polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.
Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn verwachtingen zo te managen dat ik stabiel in het punt ben en niet door externe factoren van mijn a propos raak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gevoelens onderdrukte angst in de vorm van frustratie te uiten als er maar ook een suggestie ontstaat van het bedreigen of ondermijnen van mijn geldbeheer.
Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van onderdrukken van angst, dan stop ik en haal ik adem.
Ik realiseer en zie dat ik vanuit angst handel en daarmee het tegenovergestelde bewerkstellig dan het beoogde resultaat. Ik stop het bestaan in polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.
Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer mijn angsten te onderdrukken waardoor ik geloof dat ik toch alles onder controle heb, maar mijn angsten onderken en uitzoek om deze als dusdanig een plek te geven of weg te halen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan niet open te staan voor suggesties over geldbeheer en deze niet objectief te bekijken en dan een onderbouwde terugkoppeling te geven over het nut of de haalbaarheid van de gesuggereerde oplossing.
Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het afwijzen van suggesties, dan stop ik en haal ik adem.
Ik realiseer en zie dat ik vanuit een punt van onzekerheid mijzelf afsluit van suggesties. Ik stop het bestaan in polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.
Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn onzekerheden te onderkennen en uit te zoeken, waardoor ik open kan staan voor suggesties en deze afhandel op hun waarde in het gegeven moment.

Advertenties

Dag 53 – Recht op voorrang

Na een rit naar de bouwmarkt besloten we nog even te stoppen bij de supermarkt om vis in te slaat die zaterdag uitverkocht was. We namen gelijk vier verpakkingen diepvries zalm mee omdat we al een paar keer bot (nee, niet de vis) hadden gevangen.

Toen we na het afrekenen de winkel verlieten stak ik de weg over voor de winkel op een oversteekplaats die door ledlichtjes in de web wordt gemarkeerd. Ik deed dat terwijl er een taxi met een aardig vaartje aan kwam rijden, maar ik schatte in dat ik die auto voor kon zijn. Tot mijn verbazing toeterde de chauffeur die waarschijnlijk iets had moeten inhouden vanwege zijn (veel te) grote vaart. De toegestane snelheid is daar immers 30 KM/h. Ik maakte nog een gebaar naar de auto van wat wil je van mij, ik steek hier over op een oversteekplaats waar ik als voetganger voorrang heb.

Mijn partner had de auto ook aan zien zoeven en besloot om even te wachten, achteraf gezien de meest veilige beslissing. Waarom besloot ik door te lopen? Dat ben ik gaan onderzoeken en dat leverde een paar interessante dingen op.

Een van de redenen om door te lopen was mijn overtuiging dat ik als voetganger voorrang had op een door zijstrepen (kanalisatiestrepen) aangegeven overgang, geen zebrapad dus, maar wel met verlichte markeringen in de weg om de automobilist extra te waarschuwen. Omdat ik als bestuurder altijd stop voor voetgangers die daar willen oversteken en mij aan de maximum snelheid houdt, was dat mijn uitgangspunt om door te lopen. Duidelijk was dit niet het uitgangspunt van de taxichauffeur. Daarnaast bedacht ik dat de oversteekplaats wel goed is aangegeven maar geen zebrapad is, dus had ik als voetganger geen voorrang (of het moet blijken dat een zogeheten L2 bord -zie afbeelding- staat, daar ga ik nog eens op letten).

Nog in de roes van mijn recht op voorrang gevoel flitsten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik dacht bijvoorbeeld dat het jammer was dat ik geen kenteken van de taxi had, zo had ik een melding bij de centrale kunnen maken in verband met gevaarlijk rijgedrag. Toen bedacht ik wat er gebeurt zou zijn als ik expres langzamer zou zijn gaan lopen om de auto te dwingen om af te remmen en mijn voorrang te verlenen. Ik fantaseerde verder met beelden van mijzelf aangereden door de auto en scenario’s waarbij de auto na de aanrijding gewoon doorreed. Toen stopte ik met fantaseren. Ik voelde dat ik energie aan het putten was uit die fantasieën. Energie op basis van geëscaleerde scenario’s waar ik mijzelf afschilder als slachtoffer van een slechte daad van een ander die ik daarom kan terechtwijzen zodat hij zich slecht gaat voelen omdat hij een dader is en ik daardoor het zielige slachtoffer.

Ik was enigszins verbluft door al die gedachtes en de realisatie dat ik daarmee energie opwekte waarvan ik weet dat ik daar niets aan heb. Die energie is gebaseerd op gedachten, hersenspinsels, die alleen maar in mijn hoofd bestaan en niets te maken hebben met de werkelijkheid. Ik besloot ook om dit voorval uit te gaan werken in deze blog en daar meer af te rekenen in de vorm van zelfvergevingen en zelf-correctie (in de volgende blog).

6 van 2555 – Mea culpa

Vanavond had ik een situatie waarin weer eens het mechanisme van iemand anders iets verwijten terwijl je zelf ermee zit duidelijk werd. Terug uit mijn werk ging ik bij mijn dochter kijken hoe het met haar ging. De laatste dagen voelt ze zich niet goed en ligt ze veel op bed. Terwijl ik vroeg hoe het ging kwamen bij haar de tranen waarmee duidelijk werd dat mijn vraag of aanwezigheid een reactie gaf. Ik ging mij afvragen wat er aan de hand was en zei dat er duidelijk was dat haar iets dwars zat. Alsof ze dat niet wist. Ik realiseerde mij op dat moment niet dat ik daarmee zout in de wond wreef. Met de botte bijl ging ik verder om tot de conclusie te komen dat ze waarschijnlijk weer, net zoals vorig jaar zomer, in een depressie zat. Om het nog te benadrukken zei ik dat ook nog eens tegen haar. Het enige wat mij op dat moment restte was haar kamer te verlaten met het gevoel het volledig verprutst te hebben.

Wat waren mijn motivaties om de situatie op deze manier aan te pakken? Zelfbelang en ego. Alles is terug te herleiden naar een vader-systeem die niet graag ziet dat zijn kind-systeem niet naar behoren functioneert. Vanuit eigen belang probeerde ik de situatie te forceren zonder alle factoren in ogenschouw te nemen. Hierdoor heb ik de situatie geen zier geholpen, alleen verergerd. Nu schrijf ik de situatie uit en neem ik mijn verantwoordelijkheden op de punten die ik in mij kan verbeteren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een nieuwe situatie te beoordelen op basis van herinneringen die worden opgeroepen en op basis van die herinneringen een oordeel uit te spreken in plaats van deze situatie in het moment te bekijken en te handelen naar het belang van iedereen en niet uit eigen belang en manipulatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie/het gedrag van mijn dochter te bestempelen als depressief gedrag puur omdat ik hetzelfde patroon denk te herkennen uit eerdere ervaringen in plaats van een gesprek aan te gaan met mijn dochter waarmee ik op basis van feiten kan vast stellen wat er aan de hand is en zo ook in staat ben daadwerkelijke ondersteuning te bieden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen belang en ego voor het belang van iedereen te laten gaan bij het reageren op een situatie die in mijn ogen en mijn beleving op basis van herinneringen bedreigend is voor mijn image als vader omdat ik vrees gezien te worden als falend ouder met een depressief kind waar ik geen verandering in weet te brengen.

Ik vergeef mijzelf om mijn vader-systeem toe te staan om invloed te hebben op hoe ik in een bepaalde situatie sta zonder te willen zien wat de consequenties zijn van het handelen/praten vanuit zo’n systeem voor mijzelf, mijn dochter en indirect alles en iedereen om mij heen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie waarin mijn dochter verkeert te benaderen vanuit eigen belang en met als insteek dat haar houding niet wenselijk en niet past in het ideaalbeeld van een vader-dochter construct en een familie/gezinsconstruct.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn bezorgdheid voor mijn dochter te vertalen in gevoelens van angst voor herhaling en ergernis voor onwenselijk gedrag in plaats van naar ingangspunten te zoeken om ondersteunend en in het belang van een ieder bezig te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aan te nemen dat ik het proces van mijn dochter kan beïnvloeden door eigenbelang voorop te zetten met als gevolg dat het proces voor beide alleen maar gefrustreerd wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn schuldgevoel voor mijn eventuele mogelijke bijdrage aan de situatie van mijn dochter om te zetten in manipulatief gedrag waarbij ik tracht met opmerkingen en suggesties de aanwezige situatie te beïnvloeden zodat een mogelijke consequentie van een vroeger falen in opvoeding of het geven van steun wordt weggewerkt alsof het niet bestaan zou hebben.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in een vergelijkbare situatie niet in mijn vader-systeem te schieten maar te stoppen. Ik haal adem en ik zeg stop. Ik beoordeel de situatie en handel vervolgens in het belang van een ieder met inachtname van alle mogelijke consequenties voor zover ik die op dat moment kan overzien.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in een vergelijkbare situatie niet mijn angst/imago/ego/eigenbelang zwaarder te laten wegen dan het handelen in het interesse en het belang van iedereen/het geheel voor zover ik dat in het moment kan overzien.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn schuldgevoel niet mijn leidraad te laten zijn. Als ik schuldgevoel krijg dan stop ik. Ik haal adem en neem in het moment mijn verantwoordelijkheid voor dat wat zich in dat moment voordoet.