7 van 2555 – Ik-ben-minder-personage

Al eerder heb ik geschreven over het mijzelf minder voelen dan anderen als het ging om het hebben van geld. Toen ik iets verder ging graven in die richting kwam ik tot de constatering dat ik dat met heel veel dingen al heel mijn leven doe! Met gevoelens als “Wie ben ik nou”, en “Als die ander voor wil dan gaat ie maar voor”. Wat een loser-instelling is mijn reactie nu. Ik kan mij zelfs situaties herinneren waar ik een oogje had op een meisje maar mij zelf te min vond om daadwerkelijk toenadering te zoeken. Ik verklaarde dat als verlegenheid en gaf de mind de ruimte om van alles te fantaseren. Soms leek het wel of ik angst had om een verhouding of relatie aan te gaan. Van mensen om mij heen kreeg ik dan ook te horen dat ik niet open stond voor relaties en ik dacht dat ik makkelijk te kwetsen was en ging het daarom allemaal maar niet aan. Terugkijkend zou je kunnen concluderen dat het hebben van een relatie mij niet echt boeide. Het hield mij echter met vlagen bezig, en dat met name in momenten dat ik het moeilijk had met aangaan van veranderingen of wanneer ik afleiding nodig had van zaken die ik liever even niet wilde aangaan.

Een ander punt waar ik duidelijk mijzelf minderwaardig opstelde was het verdienen van geld. Al sinds mijn schooltijd worstelde ik met de vraag wat ik voor werk zou gaan doen en op wat voor een manier ik geld zou moeten gaan verdienen. Alles gezien vanuit een perspectief van “Wie ben ik nou ten opzichte van anderen die wel de mogelijkheid hebben om een goede baan met een vet salaris te hebben”. Het niet kunnen vormen van een duidelijk beeld van een professie met daaraan gekoppeld salaris/weelde heeft mij mateloos gefrustreerd en achteraf gezien ook beperkt/belemmerd in het oppakken van mogelijkheden, puur omdat ik deze niet zag/wilde zien. De polariteit hierin was misschien dat ik op jongere leeftijd mij ogenschijnlijk gedroeg als rijkeluiszoon. Later speelde ik daar de polariteit van uit door meerdere periodes te hebben gekend waarin ik met zeer weinig moest rondkomen.

Nog steeds heb ik in sommige situaties de neiging mijzelf weg te cijferen om anderen voor te laten gaan met een instelling van “ik ben het niet waard”. Een sterk gevoel hierbij is het zich niet willen opdringen aan anderen, iets wat zich uit in het altijd bewust zijn van wat er om je heen gebeurt om zo niet in de weg te lopen. Soms kijk ik naar een van onze katten die zeer schichtig is en altijd alles en iedereen probeert te ontwijken met een grote boog en zie ik dat gedrag als een uitvergroting van mijn eigen gedrag. Ik heb zo best kansen laten liggen waar ik later spijt van had. Toch was dat gevoel van mij niet willen opdringen uit “respect” voor de ander vaak doorslaggevend.

Ik zie het nu als een big time mindfuck in. Een prachtige manier inclusief vergoelijkingen om mijzelf te dwarsbomen. En dat terwijl de praktijk het tegendeel bewees. Zowel in sociaal verband waar ik een graag geziene gast was als in werksituaties waar met altijd tevreden was met mijn inzet is er zelden of nooit een aanleiding geweest om te twijfelen aan mijn sociale vaardigheden en professionele capaciteiten. Met de ‘troost’ (lees=rechtvaardiging) dat ik een laatbloeier ben, heb ik bepaalde stappen pas later in mijn leven gezet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ‘Ik-ben-minder-personage’ aan te nemen in situaties waarin in rechtvaardiging nodig had in plaats van het aangaan van de betreffende situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als loser te bestempelen waarmee ik een oordeel uit over mijzelf en mijzelf daardoor bevestig in het minder zijn door nu de polariteit uit te spelen dat ik over de tijd heen meer geworden zou zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen dan anderen in situaties van competitie waarbij ik bij voorbaat de strijd niet aanging en mijzelf wijsmaakte dat ik het niet waard was om (mee te delen) met het beoogde doel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in tijden dat ik voor veranderingen en beslissingen stond afleiding te zoeken door mijzelf terug te trekken in de mind en te fantaseren over mogelijke relaties met een meisje dat ik op dat moment leuk vond. Ik vergeef mijzelf daarbij dat ik tot het oneindige naar redenen zocht om deze fantasieën niet naar het hier en nu te brengen en de paar keer dat ik dat heb aangedurfd om mijn (bedachte) gevoelens te uiten werden deze in uiterste verbazing ontvangen omdat ze in het geheel niet aansloten op mijn gedrag in het echte leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te beperken in mijn ontwikkeling door de opinie vast te houden dat ik niet begreep hoe ik net als vele anderen een baan zou vinden en daarmee een inkomen zou genereren omdat ik geen goed beeld kon krijgen/het mechanisme niet inzag van werken en geld verdienen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ondergronds altijd het gevoel van minderwaardigheid te koesteren en vast te houden in plaats van de kansen en mogelijkheden die ik tegenkwam op te pakken en te lopen. Hiermee vergeef ik mijzelf ook dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de download van mijn ouders voort te zetten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het ‘rijkeluiszoon-personage’ aan te nemen waarmee ik meespeelde in een polariteit die door mijn vader/ouders in stand werd gehouden als tegenpool op het van bescheiden afkomst zijn en zich daar tegen verzetten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verzetten tegen de door mijn vader uitgestippeld levenspad  van succesvol zijn in werk en leven waardoor ik de polariteit heb uitgespeeld en het exact tegenovergestelde heb bewerkstelligd en mij in situaties heb gemanoeuvreerd van relatieve armoede en weinig carrière ontwikkeling.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het respect voor een ander persoon als mindere dan die persoon te voelen waardoor een relatie/interactie met die persoon per definitie al op ongelijkheid was gebaseerd die overigens alleen in mijn eigen beleving bestond en zich uiteindelijk ook kon gaan manifesteren.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te laten beperken in mijn dagelijkse handelen door erfelijke ‘beperkingen’ of downloads door op elk moment in het moment te zijn en te handelen in het belang van alles en iedereen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te verzetten tegen een door mijn ouders/erfelijk bepaalde factoren levenspad door in het hier en nu te handelen, adem na adem, waarbij ik in elk moment mijn verantwoordelijkheden neem voor al mijn gedachten/woorden/handelingen in het belang van alles en iedereen.

Advertenties